Producten

Er zijn verschillende meetomstandigheden waar debieten kunnen worden gemeten, hieronder wordt ingegaan op de verschillende meetmethoden en meetapparaten die via Ten Kate-Kool beschikbaar zijn.

De meetapparatuur kan aan verschillende onderstations worden gekoppeld. Bij de meeste methoden is aansluiten op onderstations mogelijk middels 4-20 mA signaal, maar het is ook mogelijk via GPRS of modem gegevens uit te wisselen met al of niet dataopslag.

De apparatuur is bij Ten Kate-Kool te verkrijgen maar ook te huren. Verder is het mogelijk alle meetwerkzaamheden door Ten Kate-Kool uit te laten voeren.

De apparatuur heeft linken naar de technische specificaties van de importeurs.

Geheel gevulde buizen en leidingen
Buizen en leidingen die geheel gevuld zijn kunnen op meerdere manieren gemeten worden:
Ultrasenoor: Flo-Sonic, dit apparaat is er in een draagbare versie en vaste opstellingen, waarbij verschillende sensoren kunnen worden geleverd, zie beschrijving Flo-Sonic P en Flo-Sonic Full-pipe.
Elektromagnetisch: met een Flens, Multi-Mag, Flo-Pipe, of een Flo-Tote kan de snelheid in de buizen worden gemeten.

Gedeeltelijk gevulde buizen en leidingen
Buizen en leidingen die niet altijd of bijna nooit geheel gevuld zijn kunnen met 3 meetprincipes worden gemeten:
Ultrasenoor: Flo-Sonic, dit apparaat is in een vaste opstellingen, waarbij verschillende sensoren kunnen worden geleverd, zie beschrijving Flo-Sonic open water, er dient dan tevens een peilmeting te worden geïnstalleerd om het natte oppervlak te kunnen bepalen.
Elektromagnetisch: met een Sewer Mag of een Flo-Tote kan de snelheid in de buizen worden gemeten die niet altijd gevuld zijn.
Radar: Flo-Dar, indien er bij de buizen wel geheel gevulde stromingssituaties voorkomen dient de Flo-Dar ook met een SVS sensor te worden uitgerust (elektromagnetische debiet meting, voor de volle buis).

Open waterlopen
Open waterlopen die kunnen met 3 meetprincipes worden gemeten:
Ultrasenoor: ADCP, dit apparaat werkt in (semi)vaste opstellingen, waarbij in 1 apparaat het waterpeil en de watersnelheid bepaald wordt. De snelheid wordt bepaald op basis van het doppler principe. Afhankelijk van de breedte van het meetprofiel kunnen apparaten met verschillende bereiken worden ingezet opdat een optimale meting van het debiet wordt gerealiseerd.
Flo-Sonic, dit apparaat is in een vaste opstellingen, waarbij verschillende sensoren kunnen worden geleverd, zie beschrijving Flo-Sonic open water, er dient dan tevens een peilmeting te worden geïnstalleerd om het natte oppervlak te kunnen bepalen.
Elektromagnetisch: met een Flo-Tote kan de snelheid kleinere open waterlopen worden gemeten; Met een Flo-Mate kan de snelheid gemeten worden, door de meting op meerder hoogten en of locaties in het profiel uit te voeren is een gemiddelde snelheid in het profiel te bepalen en hiermee een momentane waarde voor het debiet te berekenen.
Radar: Flo-Dar, indien de stroomsnelheid groter is dan 15 cm/sec dan kan middels radar het debiet worden bepaald in een waterloop.

Meetprincipe Ultrasenoor
Dit meetprincipe is er voor vaste opstellingen en in een draagbare versie, waarbij verschillende sensoren kunnen worden geleverd. Door naast de ultrasenore sensoren ook een peilregistratie uit te voeren kan in half gevulde leidingen maar ook in open waterlopen worden gemeten. Het natte oppervlak wordt berekend aan de hand van het peil en een van te voren ingegeven profiel.
Bij ultrasenore opnemers wordt een signaal verstuurd en weer ontvangen, het verschil in looptijd is een maatstaf voor de gemiddelde snelheid in het profiel. Met behulp van het natte oppervlak en de gemiddelde gemeten snelheid wordt het debiet berekend. zie beschrijvingen in de directory Ultrasenoor voor de technische specificaties van de diverse apparaten.

Meetprincipe Elektromagnetisch
Dit meetprincipe is er voor vaste opstellingen en in een draagbare versies, waarbij verschillende sensoren kunnen worden geleverd. Door naast de elektromagnetische sensoren ook een peilregistratie uit te voeren kan in half gevulde leidingen maar ook inopen waterlopen worden gemeten. Het natte oppervlak wordt berekend aan de hand van het peil en een van te voren ingegeven profiel.
Bij elektromagnetische opnemers wordt een magnetisch veld gevormd, de verandering in het magnetische veld is een maatstaf voor de snelheid in het profiel. Met behulp van het natte oppervlak en de gemiddelde gemeten snelheid wordt het debiet berekend.
Zie voor de beschrijvingen in de directory Elektromagnetisch voor de technische specificaties van de diverse apparaten:
- Multi-Mag (volle buizen met schone vloeistof);
- Flo-Pipe (volle buizen ook met vuil)
- Flo-Mate (momentane metingen, open waterlopen en waar buizen toegankelijk zijn)
- Flo-Tote (logger, momentane metingen, volle en niet geheel gevulde buizen (riolering) en kleine open waterlopen);
- Sewer-Mag (uitmonding van buizen)

Meetprincipe Radar
Dit meetprincipe is er voor vaste opstellingen en eventueel in semi-permanente opstellingen. De apparatuur is redelijk snel te monteren, zodra er een montage rek is aangebracht. Door met radar de snelheid te meten wordt het debiet berekend, het apparaat heeft een waterpeil meting ingebouwd. Indien het apparaat onder water is kan het niet meer met radar meten, eventueel is de apparatuur uit te breiden met een SVS meetapparaat, dat de snelheid bepaald zodra de apparatuur onder water is. Het natte oppervlak wordt berekend aan de hand van het peil en een van te voren ingegeven profiel.
Zie voor de beschrijvingen in de directory radar voor de technische specificaties van de Flo-Dar (toepasbaar in riolering en open waterlopen met watersnelheid groter dan 20 cm/sec)

Meetprincipe Oplossing
Dit meeprincipe berust op het meten van een concentratie van zouten, de verandering in concentratie is de maatstaf voor de hoeveelheid water die door de open waterleiding stroomt.
Zie voor de beschrijvingen in de directory oplossingsmethode voor de technische specificaties van de Flo-Tracer (toepasbaar in open waterlopen)